PS omslag
Yolanda Entius fragment | in de pers |
 

PS
Brief aan mijn moeder

Na decennia buitengesloten te zijn – haar ouders hebben het contact met hun kinderen verbroken – ziet Yolanda Entius zich rondom haar moeders sterfbed geroepen om haar rol als dochter weer op te pakken. Naar de bijbehorende emoties is het zoeken, maar op onverwachte momenten begint er toch iets te schuiven.

Wanneer Yolanda maanden na haar moeders dood bericht krijgt dat zij en haar zussen zijn onterfd, komt dat – toch nog – als een linkse directe. Ze was in haar rol van dochter gaan geloven en heeft het gevoel dat ze wordt teruggefloten vanuit haar moeders graf. In de beste traditie van Franz Kafka en Ischa Meijer schrijft Entius haar een brief: PS.

In de pers

 

 

 

 

fragment
 

Moeder,

Onlangs ontving ik een brief waaruit ik begreep dat we zijn onterfd. Hij was ondertekend door een notaris uit Montferland, maar het kwam me voor dat niet hij de afzender was, maar u. Mij bekroop het akelige gevoel dat u vanuit uw graf het woord tot ons richtte, een soort nagezonden mededeling, kil en zakelijk als ik van u gewend ben. En hoewel de inhoud ervan mij niet onbekend was, zo zwart-op-wit raakte het me.

Geloof me, het gaat me niet om het geld (en ik kan, mocht ik dat willen, aanspraak maken op de helft van mijn kindsdeel) maar om de gedachte. Ik besefte dat ik, in de maanden rondom uw dood, toch weer iets voor u was gaan voelen, waarna ik halfbewust was gaan denken dat u, op uw beurt, ook veranderd was. Ten onrechte, zo bleek. De brief kwam als een terechtwijzing. Hij vroeg om een reactie. Dat u altijd heeft gepersisteerd in uw vijandigheid mag hard zijn, dat ik zélf zo versteend ben vind ik onverdraaglijk en ongezond.

Ik besloot u terug te schrijven maar kreeg het lange tijd niet voor elkaar. Niet omdat mijn woorden u niet zullen bereiken – dat zouden ze bij leven en welzijn ook niet hebben gedaan – maar omdat ik geen idee had hoe ik moest beginnen. Beste mama? Dat klinkt raar, als ik al meerdere mama's had dan was u zeker niet de beste. Lieve dan? Lieve mama? Nee, lief kan ik u niet noemen, al heel lang niet meer, en mama eigenlijk ook al niet; het is me te intiem. Moeder dan, en niet je en jij, zoals we gewend zijn, maar u? Gezien de afstand wel zo toepasselijk, maar omdat we elkaar nooit hebben gevousvoyeerd ook heel onnatuurlijk. Marietje dan of Ria? Nee, dat riekt te veel naar vriendschap en zou voorbijgaan aan het feit dat u biologisch gezien wel degelijk mijn moeder bent. En daarmee is alles eigenlijk gezegd. Want hoewel elke verwijzing naar het moederschap me te veel is, kan ik er niet omheen: u bent mijn moeder en ik uw dochter.

Moeder dus, zonder adjectief, en u; het onnatuurlijke neem ik voor lief en bij nader inzien past het wel. Want als iets onze relatie kenmerkt is dat het wel: onnatuurlijk. Of beter misschien: tegennatuurlijk, de term die Ischa Meijer gebruikte toen híj aan zijn moeder schreef. Het zou niet kies zijn mezelf met hem te vergelijken, of zijn moeder met u – de dood van een zoon is nog geen Holocaust (en ook dat is ongepast: het ene verdriet afwegen tegen het andere) – maar de kinderen werden, net als wij (Do, Ilse en ik) uit het ouderlijke nest gewipt; moeder Meijer koos, net als u, radicaal voor haar man, ten koste van haar kinderen. Ik heb me altijd verwant met hem gevoeld, met dit verschil dat Ischa wel degelijk van zijn moeder lijkt te houden. Hij haat; hij hunkert. Dat neigt toch wel naar liefde.

Onze relatie daarentegen gaat zó tegen de natuur in, tegen wat ouders en kinderen van nature voor elkaar zouden voelen, dat ik toch wel aan de natuurlijkheid ervan ben gaan twijfelen. Ik ben het moederschap als een functie gaan beschouwen, een rol waarvoor u decennia terug al heeft bedankt en waar ik nooit aan ben begonnen. Onlangs, bij mijn toespraak op uw crematie, kreeg ik het woord domweg niet over mijn lippen. Moeder, had ik geschreven, mijn moeder, maar daar aangekomen stokte ik. Door er ons van te maken, ónze moeder – u bent immers niet alleen mijn moeder, maar ook die van Do en Ilse – en door aan u te denken als de moeder van Ilse, die geen moeite heeft met dat woord, lukte het. Het was van een mathematische logica, de uitkomst van een simpel sommetje: als Ilse zich uw dochter voelt dan bent u haar moeder. En als ik de zus van Ilse ben – en dat ben ik, daarvoor heb ik geen wiskunde nodig – dan ben ook ik uw dochter en u dus mijn moeder.